Begrippenlijst
Termen uitgelegd
Heldere uitleg van veelgebruikte begrippen uit het jeugdstrafrecht, met de wettelijke basis.
20 begrippen
- Adolescentenstrafrecht
- De mogelijkheid om jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar volgens het jeugdstrafrecht te berechten, als hun persoonlijkheid of de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
- art. 77c Sr
- Basisraadsonderzoek
- Onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de jongere en zijn situatie, als basis voor advies aan officier van justitie en rechter.
- art. 494 Sv
- Bureau Jeugdzorg / gecertificeerde instelling
- Organisatie die jeugdreclassering en jeugdbescherming uitvoert, zoals begeleiding van een jongere tijdens of na een strafzaak.
- Jeugdwet
- Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM)
- Jeugdstrafrechtelijke maatregel waarbij de jongere een intensief, op gedragsverandering gericht programma volgt van zes tot twaalf maanden.
- art. 77w Sr
- HALT-afdoening
- Buitengerechtelijke afdoening voor lichte vergrijpen door jongeren vanaf 12 jaar, bijvoorbeeld vernieling of winkeldiefstal. Na een geslaagde HALT-straf volgt geen strafblad.
- art. 77e Sr
- Jeugddetentie
- Vrijheidsstraf voor jongeren. Maximaal één jaar voor 12- tot 15-jarigen en maximaal twee jaar voor 16- en 17-jarigen; uitgevoerd in een justitiële jeugdinrichting.
- art. 77i Sr
- Jeugdreclassering
- Begeleiding en toezicht door een gecertificeerde instelling bij jongeren die met justitie in aanraking komen, bijvoorbeeld als bijzondere voorwaarde.
- Jeugdwet
- Jeugdstrafrecht
- Het deel van het strafrecht dat geldt voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar (en soms tot 23 jaar). Het richt zich meer op opvoeding en ontwikkeling dan het volwassenenstrafrecht.
- art. 77a e.v. Sr
- Justitiële jeugdinrichting (JJI)
- Instelling waar jongeren in voorlopige hechtenis, jeugddetentie of een PIJ-maatregel verblijven, met onderwijs en behandeling.
- Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
- Kinderrechter
- Rechter die gespecialiseerd is in zaken over minderjarigen. In strafzaken behandelt de kinderrechter de meeste zaken alleen (enkelvoudig).
- art. 495 Sv
- Leerstraf
- Taakstraf waarbij de jongere een cursus of training volgt, bijvoorbeeld een sociale-vaardigheidstraining.
- art. 77m Sr
- Minderjarige
- Iemand jonger dan 18 jaar. Strafrechtelijk kunnen kinderen pas vanaf 12 jaar worden vervolgd.
- art. 486 Sv
- Ouders bij de zitting
- Ouders of voogd zijn verplicht om bij de behandeling van de strafzaak van hun kind aanwezig te zijn.
- art. 496 Sv
- PIJ-maatregel
- Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen: een behandelmaatregel voor jongeren met een ernstige gedragsstoornis die een ernstig misdrijf pleegden. Duurt in beginsel drie jaar en kan worden verlengd.
- art. 77s Sr
- Raad voor de Kinderbescherming
- Overheidsorganisatie die onderzoek doet naar jongeren in strafzaken en de rechter adviseert over een passende straf of maatregel.
- art. 494 Sv
- Schorsing voorlopige hechtenis
- De jongere mag de voorlopige hechtenis thuis afwachten onder voorwaarden, zoals naar school gaan of een avondklok. Bij jongeren komt dit vaak voor.
- art. 493 Sv
- Strafrechtelijke minderjarigheid
- Kinderen onder de 12 jaar kunnen in Nederland niet strafrechtelijk worden vervolgd. Wel kan jeugdhulp of jeugdbescherming worden ingezet.
- art. 486 Sv
- Taakstraf
- Straf in de vorm van een werkstraf of leerstraf, voor jongeren maximaal 200 uur.
- art. 77m Sr
- Voorlopige hechtenis
- Vastzitten in afwachting van de rechtszaak. Bij jongeren gebeurt dit in een justitiële jeugdinrichting en geldt het als uiterste middel.
- art. 493 Sv; art. 37 IVRK
- Zitting achter gesloten deuren
- Strafzaken tegen minderjarigen zijn in principe niet openbaar, om de privacy van de jongere te beschermen.
- art. 495b Sv