Jurisprudentie

Rechtspraak in hoofdlijnen

De rechtspraak geeft kleur aan de droge wettekst. Hieronder een selectie van lijnbrekende uitspraken over het jeugdstrafrecht. De samenvattingen zijn vereenvoudigd; de volledige uitspraken vindt u op uitspraken.rechtspraak.nl.

Hoge Raad18 februari 2025ECLI:NL:HR:2025:289

Geen gevangenisstraf voor feiten van vóór de 16e verjaardag (art. 77b Sr)

Het jeugdstrafrecht is de hoofdregel voor wie bij het plegen van het feit jonger dan 18 was (art. 77a Sr). Volgens de Hoge Raad biedt art. 77b Sr alleen een uitzondering voor 16- en 17-jarigen. Voor feiten die de verdachte pleegde vóór zijn 16e verjaardag mag dus geen gevangenisstraf uit het volwassenenstrafrecht worden opgelegd. De Hoge Raad verwijst daarbij naar het Kinderrechtenverdrag (IVRK) en het Nederlandse voorbehoud bij art. 37.

Hoge Raad22 december 2015ECLI:NL:HR:2015:3608

Recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor

Minderjarige verdachten hebben recht op juridische bijstand vóór en tijdens het politieverhoor. Verklaringen zonder die bijstand kunnen van het bewijs worden uitgesloten.

Eerlijk proces voor kinderen (art. 6 EVRM)

Twee elfjarige jongens werden in een openbare zitting voor volwassenen berecht. Het EHRM oordeelde dat zij daardoor niet effectief aan hun eigen proces konden deelnemen: het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) was geschonden. Een strafproces tegen een kind moet rekening houden met leeftijd, rijpheid en begripsvermogen. Dit arrest is een belangrijke basis voor de besloten behandeling van jeugdzaken.

Officiële bron: hudoc.echr.coe.int
Hoge Raad5 oktober 2010ECLI:NL:HR:2010:BN2325

Volwassenenstrafrecht alleen bij 16- en 17-jarigen (art. 77b Sr)

Het hof had het volwassenenstrafrecht toegepast op feiten die de verdachte pleegde toen hij nog geen 16 was. Dat mocht niet: art. 77b Sr geldt alleen voor wie bij het feit 16 of 17 jaar oud was. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de OM-aanwijzing over snelle afdoening van jeugdzaken geen "recht" is in de zin van art. 79 Wet RO; een beroep daarop in cassatie slaagt dus niet.